Johan Roeland is Universitair Hoofddocent Media, Religie en Populaire Cultuur aan de Faculteit Religie en Theologie en maakte in de afgelopen maanden, zoals zoveel docenten, kennis met online onderwijs. Veel van zijn modules dienden geheel online aangeboden te worden, waaronder het vak Inleiding Sociale Wetenschappen dat plaatsvond tijdens de eerste coronagolf. Dit vak moest opeens helemaal anders: het moest online.

“Ik had 1,5 week om alles om te gooien en een online variant klaar te zetten. Ik was ervan overtuigd dat ik niet moest proberen om precies hetzelfde te doen als voorgaande jaren, maar dan in een online versie. Ik wilde goed gebruik maken van de digitale tools die beschikbaar waren en van het feit dat mijn studenten verspreid waren over het hele land.” Volgens Johan werkt het knippen en plakken van on-campus-colleges in een online setting niet. Een digitale omgeving brengt extra uitdagingen met zich mee: lichaamstaal is moeilijk te lezen is, interactiviteit is niet altijd goed te stimuleren en gesprekken worden niet automatisch gevoerd.

Johan legt uit welke aanpassingen hij heeft gemaakt: “Ten eerste heb ik mijn thema veranderd en toegespitst op de coronacrisis. Het is bij dit vak sowieso de bedoeling dat je onderzoek doet op concrete religieuze locaties. Maar nu werd de vraag veranderd in: Hoe gaan deze religieuze gemeenschappen om met de crisis en de nieuwe maatregelen? En hoe werken deze gemeenschappen met verschillende digitale middelen? De onderzoeksmethodes veranderden daarbij ook. Een interview online afnemen is heel anders dan als je tegenover iemand zit. Ten tweede maakte ik gebruik van het feit dat iedereen thuis zat. Ik liet studenten in hun eigen omgeving onderzoek doen, zo verzamelden we met z’n allen veel data en kregen we goed zicht op hoe er in de religieuze gemeenschappen in Nederland gereageerd werd op de situatie. Studenten lezen natuurlijk veel over onderzoek en op deze manier droegen ze er zelf ook aan bij.”

Johan veranderde echter niet alleen de thematiek van zijn colleges, hij maakte ook aanpassingen aan de vorm. Zo maakte hij veel gebruik van breakout rooms waar verschillende studenten met elkaar konden samenwerken en kletsen. Ook werkte hij meer met onderzoeksgroepen, zodat studenten elkaar beter leerde kennen en er meer community building was. Verder zorgde Johan ervoor dat studenten de ruimte gebruikten waarin ze werkten: “Ik zei dan bijvoorbeeld: “Kijk even uit het raam, wat zie je, wat hoor je? Ik liet ze embodied aan de slag gaan, in plaats van dat ze slechts achter een beeldscherm zaten.” Om ervoor te zorgen dat de studenten interactief meededen en goed bleven opletten, zorgde hij af en toe voor wat energizers. “Die interactiviteit vind ik erg belangrijk. Ik geloof niet meer in het paradigma dat colleges kennisoverdracht zijn, ze zijn een vorm van kenniscreatie. Studenten hebben activerend onderwijs nodig om uitgedaagd te worden en om de kennis in zich op te nemen die behandeld wordt, vooral nu.” Als laatste heeft Johan de Canvas omgeving zodanig ingericht dat er een bewuste flow in zit. Stap voor stap wordt je meegenomen in het proces van onderzoek, literatuur lezen en in contact staan met elkaar. Zo is er meer ruimte voor studenten om het vak in eigen tempo te volgen, want niet iedereen heeft altijd een goede internetverbinding of laptop tot hun beschikking.

Volgens Johan waren studenten erg positief over het vak. Ze waardeerden dat hij zo snel wist te schakelen en het vak online-proof kon maken. Ook waren ze te spreken over de persoonlijke aanpak van Johan: “Ze vonden het fijn dat ik de tijd nam om te vragen hoe het met ze ging. Elk college zorgde ik ook voor een check-in waarbij studenten in breakout rooms met elkaar kunnen praten over hoe het met ze gaat en waar ze mee bezig zijn. Studenten die achterliepen op de Canvas opdrachten mailde ik met de vraag of alles goed ging en of ze ergens hulp bij nodig hadden. Dat vonden ze ook fijn.”

Wat voor Johan een cruciale factor was in het snel kunnen omschakelen naar digitaal onderwijs, was dat de VU de zaken goed op orde had: “Er was reeds een goede digitale infrastructuur waarmee we vóór de crisis al behoorlijk voorliepen op andere universiteiten: het feit dat we Canvas al eigen hadden gemaakt bleek een zegen te zijn en veel digitale tools hadden we al tot onze beschikking en konden we meteen gebruiken. We hadden dus al veel ervaring met activerend leren. Daarnaast wisten de collega’s van SOZ, VU Network for Teaching and Learning en Learn! Academy snel te schakelen en werkten zij hard om het online onderwijs vorm te geven.”  

In het ontwerpen van zijn online colleges bleek een community of learners bestaande uit een groep trainers en collega’s van verschillende hogescholen en universiteiten, die Johan op een conferentie in Kroatië ontmoet had, van onschatbare waarde te zijn. Met regelmaat kwamen zij bij elkaar om nieuwe inzichten te delen en te experimenteren met nieuwe onderwijstools. Voor hen bleken de volgende inspiratiebronnen zeer bruikbaar te zijn voor onderwijs tijdens corona:  

  • The art of gathering: how we meet and why it matters, van Priya Parker. Dit boek gaat over hoe je op een goede manier meetings organiseert. Fundamentele vragen komen daarbij aanbod, zoals: waarom zitten we bij elkaar? Wat is het doel? Wat is de meerwaarde?
  • The power of ritual: turning everyday activities into soulful practices, van Casper ter Kuile. ”Dit boek heeft mij geïnspireerd om het persoonlijke contact te stimuleren onder studenten en kleine rituele interventies te doen in het onderwijs die het contact tussen studenten onderling bevorderen.”
  • A Transformative Egde: Knowledge, Inspiration and Experiences for Educators of Adults, van Ursel Biester & Marilyn Mehlmann (red.). Dit is een handboek met talloze ideeën over transformative learning. In dit boek worden veel activerende werkvormen besproken die ook in deze digitale tijd goed te gebruiken zijn.